Ga naar de inhoud

Demonen: deel 4

Demonen in het 2e testament (deel 2)

Mattheus 12:22 –

In Mattheus 12 vers 22 werd iemand gebracht die bezeten was van een onreine geest en niet kon zien en spreken. Hier was iemand die doofblind was. Jezus geneest hem Hier is iemand met een beperking. De omstanders echter zien ziekte als een onreine geest. Jezus leert dat niet. Niets dat van buitenaf komt in de mens kan hem onrein maken. (Markus 7:15)
Met onze huidige kennis weten we dat deze ziekte (doofblind) niet demonisch is. (Men kan door zonde ziek worden). Dat is hier niet het geval.
Jezus geneest de man. Er staat niet dat Hij een demon uitdrijft maar……… Hij geneest hem. Hij krijgt wel commentaar dat Hij demonen uitdrijft door Beëlzebul.

Wie was Beëlzebul?

Beëlzebul komt o.a. voor in 1 Koningen 2:1: 2 waar koning Achazja, Beëlzebub**, de god van Ekron wil raadplegen na zijn val uit de bovenkamer. De bovenkamer is de schatkamer van je hart in het Hebreeuwse denken en de plek dicht bij God waar men vol is van de heilige Geest. Dat is Achazja niet meer. Hij valt geestelijk van zijn troon door een andere godheid te raadplegen.
De god Ekron was een goddelijke heelmeester bij de Filistijnen. De Heer wordt hierom erg boos. (Ekron betekent ontworteld of uitroeien). De farizeeërs beschuldigen Jezus ervan dat Hij door deze godheid ‘demonen’ uitdrijft. Ze zeggen, dat Hij de vorst van de goden der Filistijnen is.

Jezus dient ze van repliek en zegt dat satan niet satan kan uitroeien. Het woord satan is een Hebreeuws woord en betekent tegenstander. Een tegenstander van God kan geen andere tegenstander van God uitdrijven. Adam werd tegenstander van God en God dreef hem weg uit Eden. Jezus wil laten zien dat Hij de Messias is maar ze willen het niet zien.

Terug bij de farizeeërs en Schriftgeleerden. Jezus vertelt van een ‘onreine geest’ (er staat niet demon) die in de mens is, deze weggaat en weer terugkomt met zeven andere geesten.
Jezus heeft het over die generatie die verdorven is en zich niet aan Gods Thora houdt. Ze ruimen aan de buitenkant hun huis op maar het is leeg vanbinnen. Waar De God van Israël geen koning is komen er andere goden in iemands leven. Waar de ogen niet gericht zijn op Jezus en Gods Thora gaan de ogen de andere kant op. Dan komen er ‘onreine’ geesten uit het hart: geest van rebellie, corruptie, kwaadsprekerij, achterdocht, boosheid, verslaving etc.

Zacharia 13:2 zegt: Als de tijd aanbreekt, – spreekt de Heer van de hemelse machten- zal ik alle afgoden uit het land laten verdwijnen: hun namen zullen niet meer worden genoemd. Ik zal ook de profeten uitbannen, en met hen de geest van onreinheid die het land bezoedelt. Precies hier gaat het over in Mattheus.

Leugens werden verspreid door de geestelijke orde. Valse profeten waren het die Gods woorden verdraaiden. Jezus zegt in vers 37 dat ze op grond van hun woorden worden veroordeeld.

Wie was er doofblind?
De geestelijke orde. Ze luisterden niet naar Gods woord en wilden niet zien dat Jezus de Messias was. Hun lippen waren onrein en er heerste een onreine geest van kwaadsprekerij in hun hart.

Ritueel rein door handen te wassen maar geestelijk onrein door de kwaadsprekerij. Kwaadsprekers (onreine geesten) zijn op zoek naar luisteraars die zich begeven in geestelijk dorre streken.

Valse profeten zijn besmettelijk, ze zoeken medestanders en vermeerderen zich. Een ‘onreine’ geest komt met meerderen terug, namelijk: zij die zich aangetrokken voelen tot het kwaad.
De Bijbel spreekt over een valse geest (1 Johannes 4), een levende geest (Gen. 2:7) en wijze geest (Jesaja 11). Ook hier gaat het niet over geestelijke wezens.
Saul heeft een slechte geest maar de Talmud zegt dat het over zijn geestelijke gesteldheid gaat. Gods geest had hem verlaten en hij werd op zichzelf teruggeworpen. Zijn onderbuik ging regeren en dus kwam boosheid en moord naar boven.

Onze generatie, anno 2024, is steeds meer een goddeloze generatie en de joods-christelijke normen en waarden vervagen. Dus zie je andere geesten binnenkomen. Een geest van o.a. rebellie: ik ben mijn eigen god. Ook Boedda doet zijn intrede en de Islam krijgt meer voeten in de aarde. Het zijn de buitenlandse goden (demonen, zie deel 1 eerste Testament) die binnenkomen en daardoor zal onze maatschappij steeds meer uiteenvallen. De joods christelijke normen en waarden zijn de bouwstenen voor een goede eerlijke, veilige maatschappij. Vallen die weg…….. dan krijgen we chaos.

*In het Grieks betekent, demon- macht of zoals god, of iemands lot. Het is niet per se slecht of goed.

** Beëlzebub en Beëlzebul zijn dezelfde. Hij was de vorst van de goden bij de Filistijnen. Deze goden heten: demonen. Zie Demonen eerste Testament.

De demonen leer is onder invloed van Perzië en Babel veranderd in de Bijbel. Ziektes, onreine geesten, en   zagen ze als demonisch. Het eerst Testament kende dat niet.

Waarbij ik geloof dat het eerste Testament meer autoriteit in zich heeft dan het tweede.

Het 2e Testament is op het eerste gebouwd maar de structuur van ons geloof heeft als fundament het eerste Testament. Jezus grijpt ook steeds terug naar de Tenach,

Volgende keer.

Hoe kunnen we 2 Petrus 2:4 uitleggen?