Ga naar de inhoud

Handelingen 16. Deel 1

Handelingen 16

In dit hoofdstuk vertrekt Paulus naar Filippi en ontmoet daar een rijke vrouw, Lydia, bij een gebedsplaats. Ze verkoopt purperen stoffen en haar hart gaat open voor de woorden van Paulus. Later ging hij weer naar de gebedsplaats en ontmoet daar een slavin die vele meesters had. Een meisje, dat werd uitgebuit en geknecht door meerdere mensen. Haar positie was het tegenovergestelde van Lydia’s positie, die een handelsvrouw was met een eigen bedrijf.

Er staat dat dit meisje bezeten was door een geest van Python die de toekomst kon voorspellen. Het woord bezeten komt echter niet in de originele tekst voor en het woord Python is er in sommige vertalingen uitgelaten. Dat maakt dat je een ander beeld kan krijgen van de werkelijkheid. Allereerst, wat was de geest van Python? In de Griekse mythologie was Python een slang, die in een grot in Delphi leefde en werd verslagen en gedood door de opper god Apollo. Delphi lag vlak bij Philippi en was een plek waar geprofeteerd werd en men de toekomst kon voorspellen. Deze vrouw deed dat ook en werd hierin uitgebuit en zij moest dingen zeggen om de `zakken’ van haar meesters te vullen. Ze deed aan waarzeggerij.

Nu heeft Python een betekenis. Python komt van het woord Pytho, een andere naam voor Delphi en betekent: Een lichaam dat gestorven is en langzaam aan het wegrotten is. Het wordt dus verbonden met de dood.

Nergens wordt het woord demon gebruikt of dat ze bezeten is. Ze was bij de gebedsplaats. Waarom was deze slavin daar? Was ze op zoek naar de Heer? Wilde ze bevrijd worden van haar meesters? Ze gelooft Paulus zijn woorden en loopt dagen achter hem aan en roept daarbij dat Paulus en zijn reisgenoten dienaars zijn van de allerhoogste God en ze verkondigt hoe men gered kan worden. Ze sprak waarheid, alleen nu een andere waarheid. Ze bleef dat maar roepen als een plaat die is blijven hangen. Van waarzegger werd ze waar (heid)- zegger

Paulus kreeg er, na dagen dit gehoord te hebben, genoeg van. Ik vraag me af waarom hij niet eerder ingreep? Dagen dit aanhoren is om dol van te worden of wil de schrijver iets zeggen? Wat hier toen gebeurde heeft namelijk verrassend veel overeenkomsten met de gebeurtenis in Johannes 11:34 met betrekking tot de opstanding van Lazarus.

De volgende overeenkomsten zet ik op een rij.

  • Lazarus was al dagen dood voordat Jezus actie ondernam
  • Ze dachten dat zijn lichaam aan het ontbinden was.
  • Jezus ergerde zich aan het weeklagen (NBV)
  • Jezus riep de woorden kom tevoorschijn tegen Lazarus
  • Lazarus was met handen en voeten gebonden.
  • Het is de Geest die levend maakt.
  • De slavin was als een dode geest. En Paulus ondernam pas na dagen actie.
  • Er wordt een relatie gelegd tussen het meisje en een wegrottend lichaam.
  • Paulus ergert zich aan haar roepen
  • Paulus spreekt exact dezelfde woorden in het Grieks als Jezus. ‘Kom tevoorschijn’
  • Ze was met handen en voeten gebonden aan haar meesters. (slavin)
  • Het is de Geest die levend maakt.

Als Paulus de geest aanspreekt staat daar hetzelfde woord pneuma als wordt gebruikt voor de heilige Geest.

De Geest geeft inzicht in het woord en vanaf dat moment kon ze de levende woorden spreken en……. begrijpen.

Soms kunnen we ook blijven hangen in onze geestelijke mantra’s. Blijven herhalen van: het bloed van het lam maakt ons vrij, Jezus is de weg, de waarheid en het leven, en zo kennen we er nog wel een heleboel. Als we dit niet uitleggen kunnen het loze woorden blijven. Dan haken mensen af.

Het verzoenend offer van Jezus is een enorm groot verhaal. De hoogte, diepte en breedte hiervan is zo geweldig. Dat kan een mens niet bevatten. We kunnen er echter wel meer van proberen te ontdekken dan wat er vaak in de kerk is verteld.

Lees verder in het tweede deel over handelingen 16.