
Tekst en tekening door Gertruud Bakker
Genesis 32 is een welbekende geschiedenis uit de Bijbel, maar wat gebeurt hier eigenlijk? Jacob heeft de opdracht van de Heer, om naar het beloofde land te gaan. Hij komt bij de rivier de Jordaan* en de doorwaadbare* plaats waar hij oversteekt heet: ‘de Jabbok’. Wat opvalt is dat hij zijn nageslacht naar de overkant brengt maar zelf teruggaat.
In die nacht worstelt Jacob met een Man en Jacob wil zich niet overgeven maar vecht tot de ochtend door. Uiteindelijk slaat de Man hem op zijn heup en geeft hij zich over en gaat daardoor mank door het leven.
Met wie vecht Jacob eigenlijk?…….. Allereerst zit er een woordspeling in de woorden Jacob en Jabbok. Dezelfde letters komen beide woorden voor. Jabbok betekent leegmaken. Dat wil zeggen: Jacob kon de oude Jacob niet meenemen het beloofde land in. Hij moest zich ontdoen van zijn oude mens met al zijn eigenaardigheden. (leegmaken). Dat was erg lastig voor hem. Hij verzet zich hiertegen, de hele nacht, zelfs tot de morgen en uiteindelijk werd het licht in zijn leven.
Het licht ging aan en begrijpt hij dat de Heer, zijn God, dit wel van hem verlangt. Hij worstelt met zichzelf en God. De Vader wil niet dat hij zijn oude mens meeneemt het land binnen.
De Heer blokkeerde hem de weg maar Jacob wilde erlangs. Hij strijdt daarin met God zoals Hosea 12:4 zegt. Hij mag en kan er niet langs van God. Jacob is tamelijk eigenwijs en geeft zich niet gemakkelijk over. Zijn ego is te groot. Die ego moet hij achterlaten. Uiteindelijk lukt dat maar pas nadat hij op de heup is geslagen.
Jacob erkent dat hij God gezien heeft van aangezicht tot aangezicht, en dat zijn ziel is gered. Pniel wordt de plaats genoemd.
Onze ziel is ook pas gered als we ons ontdoen van de oude mens, onze hoogmoed.
Jacob krijgt een nieuwe naam en wordt een strijder met God in plaats van tegen God. Israël wordt zijn nieuwe naam. De rivier is een beeld van de Heilige Geest door wie Jacob zich kon laten vullen. Zo moeten wij ook onze oude mens achterlaten om een nieuw land te kunnen betreden. Al onze eigendunk, ijdele zaken, eigengereidheid mogen we niet meenemen het Koninkrijk binnen. We mogen ons leegmaken en laten vullen door de Heilige Geest.
Is dat strijd? Jazeker. We zijn daarin in voortdurend gevecht met onszelf en daardoor indirect met de Vader.
We willen namelijk niet dat God ons leven bepaalt. We willen het zoveel mogelijk zelf invullen. Onze oude ik, onze verlangens komen vaak vanuit de onderbuik. God wil dat we ons beheersen en doen wat Hij zegt. Het is niet zo dat we ons alles kunnen toe-eigenen omdat we het financieel ons kunnen veroorloven. Jacob geeft veel weg voordat hij oversteekt. Hij maakt zich materieel al voor een deel leeg. Dat doet hij door een schuldbelijdenis naar Ezau te doen. Hij wil zijn daad verzoenen met veel geschenken.
Er staat in sommige Bijbels: “om Ezau mild te stemmen”, maar in het Hebreeuws staat: “verzoenen van een schuld”. Is Ezau welwillend om Jacob te vergeven?
Jazeker. Jacob treft Ezau een hoofdstuk later. Hij is een nieuwe mens en kan zich nederig opstellen.
Zijn wij welwillend om ons nederig op te stellen en de oude mens achter te laten?
Toelichting:
*Jordaan is in het Hebreeuws Yarden en betekent: afdalen het dodenrijk in. Beeld van de doop.
- Het woord voor oversteekplaats is Abar en dit heeft de betekenis van: voorbijgaan aan het doel in je leven. Overtreden van zondes (bv in 1 Samuel 15:25) Daar is Saul voorbijgegaan aan wat de Heer heeft gezegd.
- Jacob is ooit voorbijgegaan aan de Heer, door het leven zelf wel te regelen. Dat leverde hem veel ruzie op. Met onder andere: Ezau en Laban.
In Israël is een bekend lied dat gaat over Genesis 32:10 en het heet: ‘Katonti’ (dit is de vertaling, zelf vertaald)
“Ik ben niet waardig om uw genade en waarheid te ontvangen.
Die U aan uw knecht heeft laten zien.
Met mijn staf
Steek ik de Jordaan over
Ik ben nu verscheurd in twee kampen (beeld van de oude en nieuwe Jacob)
Bevrijd mij alstublieft
Bevrijd mij alstublieft
Bevrijd mij alstublieft
Doch, uw genade jegens mij is zo groot
U heeft mijn ziel bevrijd
Van de diepte van het dodenrijk.
Uw genade is zo groot, mijn God.“
Jacob had vele gaven maar bij de Heer gaat het om waarheid en genade (chessed = genade met liefelijkheid). Wat hij bijeen verzameld had verdiende hij niet. Gods genade is genoeg
Volgende week deel 2: ‘Waarom werd Jacob op de heup geslagen?’