Ga naar de inhoud

Mattheus 24 en Lucas 21 en de val van Jeruzalem – Deel 3A

Jezus zegt: Dit geslacht zal voorzeker niet voorbijgaan voordat dit alles is geschied.

Jezus doet daar een flinke uitspraak. Hij zegt: Er zal maximaal 40 jaar (een geslacht is 40 jaar) voorbijgaan en dan is alles gebeurd wat ik heb voorzegt. Mocht dit niet gebeurd zijn dan zou Jezus een valse profeet geweest zijn. Er stonden daar mensen te luisteren die niet dood zouden gaan voordat de Tempel verwoest zou worden. Een aantal mensen die daar stonden, zouden getuigen zijn van Jezus woord. Johannes beschrijft de val van de Tempel in Openbaringen 18.

Wat gebeurde er in die tijd die Jezus voorspeld heeft.

-Hongersnoden. In de Annalen van Joseph Flavius, Tacitus, Eusebius beschrijft de hoeveelheid hongersnoden in die tijd, en ook het in 2e Testament hoor je van hongersnoden. Je kunt het nalezen in Handelingen 11:27. Grote hongersnood was er onder Claudius en deze regeerde van 42-54. Er was ook een enorme hongersnood tijdens de regering van Calligula zijn voorganger in het jaar 37,38 na de opstanding en hemelvaart van Jezus., Eusebius. ECC Histories 2.9, Tacitus Annals 15.44.

-De gemeente in Jeruzalem werd vervolgd. Handelingen 8:1, 12. De val van Jeruzalem ging vooraf aan vervolging en verdrukking.

-Valse profeten: Theudas, Simon Bar Giora en Johannes van Gischala. Josephus schrijft dat het land overlopen werd door valse profeten. (The Jewish wars 6.285-3287; Antiquities of the Jews 20.167-168) Handelingen 8:9, Handelingen 13:6, Handelingen 20:29, 2 Timotheüs 3:1. Eusebius, History of the church 2:13 1, Josephus: War of the Jews 2:258, Tacitus, Histories 5.13.

-Oorlogen. Elke troonwisseling gaf een nieuwe oorlog die zijn invloed had in heel het rijk, ook Israel. Calligula, Claudius, Nero. Galba. Otho. Vitellius, Titus. Flavius Josephus.6:5;3, Flavius josephus Antiquities 20:51 en Tacitus, Boek 5.9.

Generaal Vespasian kwam met 60.000 troepen vanuit het noorden naar Jeruzalem en verpulverde elke stad vanuit Galilea naar Judea. De mensen vluchtten naar Jeruzalem, want ze dachten daar vellig te zijn. De gelovigen die Jezus woorden kenden vluchtten echter naar de bergen. Vespasian omsingelde de stad, nam echter de troon in Rome over, nam daarna het beste deel van zijn soldaten mee terug en liet de stad over aan zijn zoon Titus. De stad werd opnieuw omsingeld, uitgehongerd en mensen aten hun eigen kinderen op. Toen Titus de stad binnentrok schrok hij van wat hij aantrof. Titus wilde de Tempel behouden om er een heidense Tempel van te maken, echter door de chaos werd hij verwoest.

-Aardbeving- Josephus, Wars 6.299-300-  Wars 1.370-371- Wars 4.286-287- stormen, winden, hagel, donder en bliksem. Tacitus. The Annals. 12.43: aardbevingen, tekenen en omens.  Aardbevingen in Laodicea, Judea en Pompeii.

– Daniel 12:1- tijd van benauwdheid zoals er nog nooit is geweest.

Josephus Flavius beschrijft de horror van die tijd. Het bloed gutste door de straten. Dit was tevens de schuld van een burgeroorlog in Jeruzalem, waarbij zeloten in gevecht waren met de Romeinen in de stad. De ‘sicarii’ onder leiding van Menachim ben Yair waren gewelddadig tegen de Romeinen. Menachim geloofde dat God hem hiertoe had geroepen. (Het waren guerrillastrijders, een soort IS terroristen). Zij vermoordden Romeinen, maar ook belastinginners en mensen die met de Romeinen collaboreerden. Zij waren gedreven door een religieus gevoel voor een Joodse staat, net als de zeloten maar waren extremistischer. Zij creëerden een atmosfeer van haat, chaos en angst. De ‘zeloten’ verbrandden de voedselvoorraden, mede waardoor de stad in een hongersnood terecht kwam. Dit gebeurde in de winter van 66-68.

-Geen steen zal op de ander gelaten worden. De Tempel werd geheel vernietigd. (The Jewish Wars 7.8.7)

De Zeloten en de Sicarii vochten op het Tempelplein voor behoud van de Tempel maar konden niet standhouden tegen het Romeinse leger. Uiteindelijk brandde de Tempel, en heel Jeruzalem af. Het einde van een tijdperk, de wereld, het eind van de tijd van een verbond dat God had gesloten met Israël.

Deel 3B. De religieuze tekenen aan de hemel in het jaar 70.