door Gertruud Bakker
In Genesis 32 worstelt Jacob met zijn identiteit (Zie Jakob bij de Jabbok) en moet deze loslaten om volledig op God te kunnen vertrouwen en het land te kunnen beërven, zoals een eerstgeborene. Hij vindt dit heel moeilijk en uiteindelijk helpt God hem en slaat de Engel hem op de heup (yerek). De dag breekt aan en Jacob moet verder, zonder Jacob maar met Israël als naam. Loslaten wie hij was en op reis met een nieuwe identiteit en nieuwe naam.
Wat betekent op de heup slaan?
Allereerst had de heup een belangrijke symboliek in het oude Midden-Oosten. Je zweerde op de heup (Genesis 24:2) Wij zweren door twee vingers omhoog te steken maar in de Bijbel deden ze dat dus door een hand onder de heup te leggen.
Waarom is die heup zo belangrijk?
1) De heup staat voor waarheid. Efeze 6:14
2)De heup staat voor het dragen van het zwaard. Richteren 3:16
Doordat Jacob mank ging lopen, kon hij geen zwaard meer dragen maar ………hij kon nog wel Gods zwaard dragen en dat is: Het zwaard van Gods woord.
Psalm 45:3-5 zegt: Gord uw zwaard aan de heup, oh held, het teken van uw majesteit en glorie. Het is het zwaard voor waarheid, deemoed en recht.
Nu is het niet meer Jacob die strijdt maar het is God die strijdt.
3) De heup ligt dicht bij de genitaliën en had dus ook te maken met het nageslacht. In Exodus 1:5 staat dat de nakomelingen van Jacob uit zijn lendenen kwamen.
Hier staat het woord yerek (heup) in het Hebreeuws. Je zweerde dus niet alleen voor jezelf maar ook voor het nageslacht. Wij denken heel individualistisch maar dat doet de Bijbel niet.
Je was een onderdeel van generaties. Niet voor niets staan er pagina’s vol met geslachtsregisters. Wij zijn onderdeel van een groter geheel en staan op hun schouders. Het is niet ik, maar wij. Jacob mag het land beërven maar dit is geen individuele zaak mocht hij dit denken. Zijn nageslacht behoort de Heere toe en ook Jacob mag weten dat er niets van hemzelf is, geen enkele eigen verdienste.
Ook voor zijn nageslacht is het enkel genade.
Het blijft voor het volk van Jacob steeds weer een uitdaging.
In Jeremia 31:19 staat: Zekerlijk nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven heb bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb (Statenvertaling) *
Dit gaat over Israël maar het hele vers lijkt ook op Jacob van toepassing.
Jacob heeft de smaad uit zijn jeugd gedragen en mag alles achterlaten. Hij zal voor recht, gerechtigheid en waarheid moeten strijden. Zo ook zijn nageslacht.
In Jeremia 31:19 staat: U hebt mij op de heup geslagen als een jonge os die nog niet is afgericht. Het volk van Jacob had moeite zich te conformeren met Gods regels (beeld van de os) en mocht gehoorzaamheid leren. Zo ook Jacob.
Elke keer sluipt er toch iets in van het zelf willen regelen. Dit is de valkuil van ieder mens.
Jacob moet hinkende door het leven.
Micha 4:7 in Statenvertaling staat: ik zal haar die hinkende was maken tot een overblijfsel. In het Hebreeuws staat: ik zal maken die hinkende was tot een overblijfsel (er staat niet het woord: haar).
In Jeremia 31:8 ligt een belofte voor de kreupelen en de blinden, dat Hij ze thuisbrengt.
In 2 Samuel 19:24-30 staat de geschiedenis van Mefiboseth. Deze lamme, niks kunnende ‘nobody’, zat aan de tafel bij de koning en werd behandeld als een zoon.
Er kan alleen een beloofd land worden binnen gegaan door een lamme, blinde bedelaar te zijn. Jij en je nageslacht.
Roem dus nooit op je kinderen, wees geen regelaar voor jezelf of je kinderen. Zoek geen eer, maar besef Hem alleen komt alle eer toe.
De zon ging op voor Jacob en mag ook opgaan voor ons want Jezus is de zon der gerechtigheid en onder zijn vleugels is genezing Maleachi 4:2-4.
Laten we ons steeds weer voor ogen houden. Hem zij de eer en glorie!!!
Baruch Ha Shem
*Ik maak gebruik van de Statenvertaling omdat deze het dichtst bij het originele Hebreeuws lag terwijl ik besef dat het onbekend Nederlands is.
<- Deel 1 <- -> Volgende week deel 3: ‘wat heeft Jacob met de Tempel gemeen?’