Mattheus 5: 28: Kijk naar de leliën des velds, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet: en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als een van hen.
Numeri 15:38
Spreek tot de kinderen Israëls en zeg tot hen: Dat zij voor zichzelf en al hun generaties door kwastjes moeten maken aan de hoeken van hun klederen en op de kwastjes van de hoek zullen zij een hemelsblauwe draad zetten, zodat wanner u deze ziet aan de geboden van de Heer denkt en die doet.
In de tijd dat God dit gebod in Numeri aan de kinderen Israëls gaf waren ze in de wildernis. Ze kregen deze opdracht, omdat ze door het dragen van deze kwastjes aan Gods geboden herinnerd mochten worden. De kleur die God geeft voor de draad in de kwastjes is Techelet. Het is een soort blauw. Deze kleur stond symbool voor grandeur en koninklijkheid. De koningen in het Midden-Oosten droegen deze kleur als teken van hun voornaamheid en wij kennen de kleur koningsblauw ook als kleur behorende bij het koningschap. Toen koning Willem Alexander koning werd had Maxima een koningsblauwe jurk aan. In Gods Koninkrijk was echter de Hoge Priester, koning. Zijn kleren zaten vol van de kleur blauw. Dit was echter een ander koningschap dan dat men om zich heen zag. God zag het volk als een Koninkrijk van priesters, en Hij wilde dat zichzelf ook zagen als onderkoningen, priesters, een heilige natie. Een enkele draad maakten dat ze volledig gekleed waren met heerlijkheid en dit uitte zich door het doen van de geboden. Deze blauwe kleur zie je ook terug in de Tabernakel, in het voorhangsel. Alles moest grandeur, Gods grootheid uitstralen.
Nu staat in het Hebreeuws voor het woord kwastje: tzitzit. (Tzitzitim is meervoud)
Je kunt ze nog steeds zien bij orthodoxe joodse mannen. Het zijn de lange draden die ze dragen over hun broek. Deze zitten vast aan een hemd (kittel) onder het overhemd.
Waarom gebruikt God het woord tzitzit? Dit woord komt meerdere malen terug in de Bijbel waaronder in Numeri 17:8 en verwijst het naar de bloesem op de bloeiende staf van Aaron.
In Jesaja 28:4 wordt het woord tzitzit vertaald met een open bloem en in 1 koningen 6:18 wordt het woord gebruikt voor de open bloemen in de Tempel. Wat waren die open bloemen? Het lijken leliën. Leliën zijn mooie open bloemen.
In 1 Koningen 7:22 vertelt de Bijbel dat er leliewerk werd aangebracht op de zuilen in de Tempel en ook het reinigingsbad voor de Tempel had de vorm van een lelie. Een open hand. Het bad heette: de zee. (24) Wat bijzonder is dat de kleur blauw (de draad in de tzitzit) werd gezien als de kleur van de zee en die kleur weerspiegelde de hemel in de zee. De hemel is een metafoor voor Gods Troon. Het draadje met de blauwe kleur werd gezien als een herinnering aan Gods Troon, daar waar de Thora ligt.
Pilaren zijn o.a. ook een beeld van de wijsheid zoals je ziet in Spreuken 9:1.
Spreuken 9:1: wijsheid heeft haar huis gebouwd, ze heeft haar zeven zuilen uitgehouwen.
Misschien vraagt u zich af waar ik heen wil? Deze tzitzit heet dus ook een betekenis van een bloem. Nu heeft Jezus het over de leliën op het veld. In Mattheus 6:28-34 zegt Jezus dat we niet bezorgd hoeven te zijn. Kijk naar de leliën in het veld, hoe ze groeien; ze werken niet en spinnen niet: en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging al een van hen. Waar verwijst Jezus naar? Allereerst naar Eden. Adam hoefde niet te werken alleen te waken en te bewaren staat er in Genesis. Adam was gekleed met wijsheid maar wilde eigen wijsheid. Salomo was ooit bekleed met wijsheid maar de gelovigen mogen nu nog meer bekleed zijn met wijsheid. Jezus roept op tot een nieuwe mens. In de bijbel wordt wijsheid nog weleens gelinkt aan spinnen. (Exodus 35:25) Dat was toen de Tabernakel opgericht moest worden. Nu echter is Jezus de levende Tabernakel en geen wijze vrouw hoeft meer een voorhangsel te spinnen. Jacobus 1:5 zegt dat als het je aan wijsheid ontbreekt je gewoon je Vader er om moet vragen en Hij geeft het je. Jezus bekleed ons met wijsheid en heel veel wijsheid is de vervulling van de Heilige Geest. Daar hoeven we niet voor te werken. We mogen als bloemen in een veld staan als tzitzitim. De hele setting verwijst naar het paradijs, de Tabernakel bij de schepping.
We mogen pilaren in Zijn huis zijn. Bekleed met heerlijkheid (blauw), wijsheid en mogen bloemen in het veld zijn. (Het veld is hier: het paradijs).
Hij bekleedt ons met wijsheid. We kunnen onze handen openstellen als kelken en staan in het huis des Heren, uitgehouwen pilaren, leliën de velds. Wijzer dan Salomo door Jezus. Dat is ook de Thora omarmen en ervan te leren hoe we Zijn geboden kunnen volbrengen zonder dat het een last wordt.