Ga naar de inhoud

Witgepleisterde stenen

We lezen Deuteronomium 27:1-4.

Het zal geschieden, ten dag als jullie over de Jordaan zijn gegaan in het land, dat de Here uw God, u geven zal. Zal je grote stenen oprichten, en ze bestrijken met kalk. Je zult daarop schrijven de woorden van deze wet.

(Daarna gaat het over het land van melk en honing en kort daarna is de geschiedenis van zegen of vloek).

Deze geschiedenis is een soort Sinaï moment voor Israël op het moment dat ze het beloofde land binnen gaan.

Ze hebben de twee stenen Tafelen en die liggen in de Ark en nu moeten ze ook nog de wet op grote stenen kalken, wit kalken, als ze in het land aankomen. Hoeveel ze daarop moesten schrijven weten we niet. Alleen de tien geboden of heel Deuteronomium?

Er zijn in het oude Egypte manuscripten gevonden (Cairo Geniza) waar, op zeer kleine vellen papyrus of stof, enorme lappen tekst stonden. De code van Hammurabi is geschreven op een paar stenen en deze is meer dan de 34 hoofdstukken van Deuteronomium*.
Nu zou je toch zeggen: Ze hebben de stenen Tafelen, dus waarom nog een keer die Thora met kalk op stenen kalken? Dat blijft sowieso niet lang zitten. Regenbuien zullen het weggespoelen. Het wordt niet ingegraveerd zoals met de ‘stenen Tafelen’.

Wat was Mozes idee erachter?

Het volgende zou een verklaring kunnen zijn.

Dit was een symbolische handeling. Symboliek was erg belangrijk in het oude Midden- Oosten. Bij regen zouden de woorden eraf lopen en in het land vloeien. Het land zou dan als het ware bevloeid worden met de Thora. Het land zou doordrenkt worden van Gods woorden. Elke keer als ze eten en drinken van het land, eten en drinken ze indirect van de Thora. Nemen ze Zijn woorden tot zich. **

Het land werd gezien als een nieuwe Eden, een nieuw Koninkrijk. De Tabernakel en later de Tempel representeerde het middelpunt van dit Koninkrijk en het hele land representeerde een nieuw Eden. De Thora was daarin de grondwet. Deze moesten ze houden zo niet dan had dat consequenties. Het was of zegen of vloek.

Het schrijven van de wet op iets en afwassen met water doet denken aan Numeri 5 waar een jaloerse echtgenoot de vrouw verdenkt van overspel. Hij brengt haar naar de Tabernakel en de priester schrijft een vloek op een stuk papier. Hij wast deze af in het water. Samen met het stof (stukje aarde) van de Tabernakel moet ze het water drinken. Pleegde ze overspel? Dan zijn de woorden in haar lijf tot vloek en wordt ze onvruchtbaar.

Dit is ook het beeld van Israël. Vrouwe Israël wordt ze genoemd. (In Openbaringen 12 zie je Israël als vrouw en in Jeremia 3:14 is ze de vrouw van God. Hij is haar man)

Terug naar Deuteronomium.

Nu is het volk Israël en het land (stof der aarde) een eenheid, ze horen bij elkaar. Elke oogst is een soort test. Israël heeft genomen, gedronken van het land en daarmee van de Thora. Heeft ze overspel gepleegd of niet? Is het zegen of vloek? Mocht ze overtredingen hebben begaan en zich ingelaten heeft met andere goden dan geeft het onvruchtbaarheid van het land. Droogte! Elke keer oogst wanneer het volk Israël eet en drinkt van het land is het een soort jaloezie test. Zijn ze Zijn woorden vergeten, pleegden ze overspel dan wordt het land tot vloek of hebben ze zijn woorden onthouden en geleefd dan betekent dat vruchtbaarheid.

Mocht de vrouw overspel hebben gepleegd dan leidt dat tot onvruchtbaarheid. Het plaatsen van die stenen in het land had meerdere betekenissen. Het was ook een soort stele met wapenfeiten. Die koningen in die tijd lieten stenen oprichten op het door hen veroverde grondgebied. Het was een steen als teken van hun aanspraak op het land. Jozua maakt door het plaatsen van de stenen aanspraak op het land.

Als Jezus het heeft over de witgepleisterde graven, (Mattheus 23: 27) dan grijpt Hij o.a. terug op deze gebeurtenis uit Deuteronomium.  In Numeri 19:16 was je onrein door een graf aan te raken. De farizeeërs zijn geestelijk onrein. Ze hebben de Thora vermorzeld. Ze bevuilden het land met hun woorden en verkeerde prediking. De kalk  ging van hun graf aflopen.

Boodschap voor ons.

Het brengen van een verkeerde leer en het plegen van afgoderij zijn zaken waarmee we het land bevuilen. We hebben geen fysiek land meer maar wel een geestelijk land. Geestelijk het land bevuilen geeft uiteindelijk chaos, afval, geestelijke onvruchtbaarheid.

**Melk en honing zijn in het Hebreeuwse denken gerelateerd aan de Thora.

De Thora is als honing en melk onder je tong. Hooglied 4:11

Bronnen:

*Robert alters: The five books of Moses