A.s. woensdag 5 oktober 2022 is het grote Verzoendag in Israël. Joden trekken het boetekleed aan. Ze vasten en verootmoedigen zich voor de Allerhoogste. Geen eten, geen drinken. Ze lezen het verhaal van Jonah. Ze geloven dat God alles recht zet en dat ze na deze dag weer met een schoon geweten verder kunnen. Het is een zeer heilige dag en alles ligt stil. Zelfs de seculiere joden houden zich eraan. Er ligt toch een soort ontzag over deze dag.
Maar wat hebben grote Verzoendag en Genesis 3 nu met elkaar te maken?
Om het goed te kunnen begrijpen moet u weten dat Eden een Tempel of Tabernakel was.
Het binnen gaan van de Tabernakel of Tempel en werd gezien als het binnengaan van Eden, het paradijs. Eden = Tempel=Tabernakel= Paradijs.
Het Heilige der Heiligen met de verzoendeksel was daarin de Troon van God, het was de plaats waar God woonde. Het vertegenwoordigde, de kosmos, de hemelse woning. Enkel de hogepriester mocht het Heilige der Heiligen betreden en wel op grote Verzoendag eens per jaar. Hij ging dan de Hemelse woning binnen om daar de zonden van het volk, voor God te brengen en verzoening voor hemzelf en het volk te doen, zodat ze God weer tegemoet konden treden. De hogepriester maakte daar op dat moment een opening tussen Gods Heiligdom en de mensen. In Leviticus 16 kun je het hele verhaal lezen. De hogepriester droeg op die dag een wit linnen tuniek en zo kon hij de Tabernakel en later de Tempel binnengaan. Bedenk nog steeds dat bij het binnen treden van het Heilige der Heiligen, hij de hemelse Woning van God bezocht. Deze plek moest gereinigd worden van de zonden van het volk en de hogepriester, door de hogepriester. Om dit te begrijpen moet je weten dat elke zonde verandering gaf in de kosmos en Gods Heiligdom aantastte. Wij scheiden het geestelijke van het fysieke maar dat doet de Bijbel niet. Droogte in Israël had altijd te maken met afgoderij, hebzucht, onrecht, corruptie etc. Wij zien deze verbanden nu niet maar ik heb wel twijfels of dat terecht is in sommige gevallen.
Wat is er nu zo bijzonder aan grote Verzoendag?
Dan moeten we eerst even bekijken wat er met Adam gebeurde in Eden.
De verwijdering van Adam uit het paradijs, Eden, is de omgekeerde volgorde van grote Verzoendag.
Adam moest hogepriester (Koning) zijn in Eden maar vergat zijn taak, werd ongehoorzaam en viel van zijn troon. Adam werd verbannen uit Eden en een vlammend zwaard bewaakte de ingang met twee engelen aan de Oostzijde.
Hij kon niet meer bij de boom des levens komen want als hij daarvan zou eten kon hij eeuwig leven.
Door de zonde kon hij God niet meer ontmoeten. Daarnaast waren de bloemen en bomen in Eden niet meer toegankelijk voor hem. De zonde had hem te pakken waardoor dorens en distels zijn vijanden werden.
Adam was naakt maar God kleedde hem en daarvoor moest een offer gebracht worden. Met de huid van dit offer kon hij zich kleden.
Maar wat doet Jezus?
Jezus is onze Hoge Priester (Hebreeën 5:5-7) Hij die in totale gehoorzaamheid leefde (in tegenstelling tot Adam) en werd Koning door Zijn lijden en sterven. Tijdens Zjjn leven droeg Jezus het kleed van de hogepriester. Een wit kleed uit een stuk en later werd er zelfs om gedobbeld.
Het woord voor zwaard (cherev) in het Hebreeuws betekent ook mes dat wordt gebruikt bij het snijden van een verbond. (Elk verbond werd gesneden)
Jezus snijdt (zwaard) een nieuw verbond daar waar Adam het verbond verbrak. Het woord wordt ook gebruikt in Psalm 57 voor de valsheid van tong. Daar waar Adam verkeerd sprak over God en naaste, spreekt Jezus waarheid. Door Adam zijn zonde was er geen weg terug meer.
De beide engelen bewaakten Eden. Op het voorhangels voor het Heilige de Heiligen waren deze engelen afgebeeld. Toen het voorhangsel scheurde, op goede vrijdag, opende zich de weg naar Eden weer. Op de Ark knielden de engelen boven de verzoendeksel. Ze waakten over ‘de Boom des levens’ die in de Ark van het verbond lag. Geen enkel mens kon voorbij dat gordijn behalve de hogepriester. Jezus kon door zijn dood toegang hebben tot ‘de Ark’ als Hoge Priester van een nieuw verbond. (Hebreeën 9:12)
Hij deed geen verzoening voor de mensen met het bloed van bokken of een stier maar met Zijn eigen bloed, om voor eens en altijd het paradijs te reinigen en zo de Troon naar God weer vrij te maken.
In de Tempel waren er afbeeldingen van bloemen en bomen als verwijzing naar het paradijs.
Daar waar Adam was verdreven mocht Jezus binnengaan en door Hem ook wij.
De zonde had Adam te pakken en Jezus droeg deze zonde weg in het beeld dat Hem een rood scharlaken kleed werd omgedaan, waarmee Hij liet zien deze zonde op zich te nemen die Adam ooit had begaan. Jezus was onschuldig daar waar Adam schuldig was.
Zweten moest Adam voor zijn brood als vloek.
Zweten deed Jezus in de tuin van Gertsemane om de vloek weg te dragen met Zijn bloed. Adam was naakt na de zondeval en God kleedde hem. Jezus werd naakt uitgekleed om de zonde van Adam teniet te doen. Daarna kreeg Hij een Hemels kleed.
Dorens waren Adam zijn vijanden. Jezus droeg deze vijanden weg in de vorm van een doornenkroon. Distels is in het Hebreeuws dardar en komt van deror wat vrijheid betekent, een vrijheid zonder verantwoordelijkheid. Jezus nam alle verantwoordelijkheid op zich die Adam op zich had moeten nemen. Mensen te eten geven, eerlijk, oprecht, recht en gerechtigheid leven. Verantwoording nemen gaat soms ten koste van jezelf.
Adam werd naar het oosten verdreven. De hogepriester ging westwaarts om verzoening te doen.
Tijdens Jezus terechtstelling mocht men kiezen tussen Barabbas (zoon van de vader, de vleselijke Adam, die wandaden had begaan) en Jezus als zoon van de Vader (geestelijke Adam, onschuldig). Men koos voor Barabbas. Hij werd vrijgelaten. Op grote verzoendag moest men kiezen tussen twee bokken. De ene bok werd geofferd (Jezus) en de andere vrijgelaten. (Barabbas)
Adam had ruzie met God gezocht, in het beeld van de vijgenbladeren waarmee hij zich omgorde. Het woord hiervoor is teenah, taanah wat je hetzelfde schrijft, betekent grond waarop je ruzie maakt. Jezus zocht geen enkele ruzie.
Het was de vrucht van de boom waardoor Adam zondigde. Het was de vrucht van de boom die in de beker zat die Jezus leegdronk.
Adam zijn glorie werd hem afgenomen en Jezus ontving de glorie bij de Vader.
Zo mogen wij vrij naar Gods Troon gaan. Het paradijs, Eden is weer open. Niet alleen hierna maar ook in dit leven. Onze woning nu……… is de Tabernakel, het huis van God waarin wij de levende stenen zijn en mogen dienen als priesters opklimmende tot hogepriester om als Jezus te pleiten voor Gods volk en ook het eigen gezin.
Zo mogen we Jom kippoer gedenken. Dat we in verootmoediging en dankbaarheid mogen leven voor Zijn aangezicht waarbij het niet slecht is de lijst van zondes maar eens door te lopen om te weten wat er allemaal vergeven is.
Eigendunk, hebzucht, ons beter weter, gebrek aan ontferming, gebrek aan liefde, jaloezie, een ander geen plaats gunnen binnen je bediening, hoogmoed, roddel en achterklap, gierigheid, en zo kan ik wel even doorgaan. Jezus heeft het verzoend maar dat wil niet zeggen dat het allemaal niets uitmaakt.
Jonah wordt gelezen als zijnde Gods ontferming over de volken. Hij die geen ontferming had kreeg ontferming en ging erop uit om de goede boodschap te verkondigen aan de mensen die niet tot Israël hoorden. Binnen de messiaanse beweging geloven ze dat dit de dag is waarop Israël tot geloof in Jezus gaat komen, erop uit gaat om het evangelie te brengen onder de volken en de dag waarop Jezus terugkomt.
De boom des levens is een beeld van Jezus zelf maar ook van de stenen tafelen. De Tien geboden geven leven, is wijsheid. Spreuken 3:18 zegt dat wie haar omhelst zich gelukkig mag prijzen
Tegen het einde van de dienst van Jom Kippoer offerde de Hogepriester het reukoffer. De rook die vrijkwam van dit rookoffer bleef als een dichte mistwolk in de Heilige Tempel hangen. Rabbi Dovber Schneuri legt uit dat deze wolk, die veroorzaakt werd door het reukoffer, symbool staat voor de mist waar het leven van komt (zie Genesis 2:6: “Uit de mist, damp dat opsteeg uit de aarde kwam het leven”). Men gelooft dat er een damp was rondom de hutten die het volk betrok na de uittocht. Het is een beeld van de Heilige Geest en de Thora. Beide geven het leven. Ze waren geestelijk dood uit Egypte gekomen en kwamen tot leven in de Soeka waar de damp hing.
Een soeka wordt gezien als een Tabernakel in het klein.
- Mels Visser