De opstanding bij Jezus wederkomst. 1Thessalonicenzen 4:17.
‘Daarna zullen wij die levend overgebleven zijn, samen met hen (De mensen die zijn overleden in Christus) opgenomen worden in de wolken (Er staat in het grieks: nef-el-ay. Het is enkelvoud)
Om deze tekst te begrijpen moeten we ons afvragen, Tegen wie praat Paulus hier?
Het lijkt erop dat hij tegen mede gelovigen uit de joden praat. In alles wat er langskomt in Thessalonicenzen zie je de joodse feestdagen terugkomen. Zo ook hier
Paulus verwijst hier naar het krijgen van de Thora (Exodus 19) waarin de Heer neerdaalde op de Sinaï. ‘Zie ik kom naar u toe in een dichte wolk. (Exodus 19:9)’ ‘Op de derde dag zal de Heere neerdalen voor de ogen van het volk op de berg Sinaï.’
In eerste instantie mocht alleen Mozes de berg beklimmen en daarna het volk, maar pas na een langgerekte toon kon dit volk een ontmoeting krijgen met de Heere in de wolk. Wat ze vervolgens niet durfden. In Leviticus 25:27 staat deze toon ook voor Yom Teruah, oftewel Rosh hashana, en ook voor een jubeljaar. Kortom Paulus verwijst naar deze feestdag, de dag van de bazuinen waarop men de Heere ooit tegemoet mocht gaan. Op deze dag viel de laatste steen in het jaar 70, en de Heere daalde neer op de aarde in de vorm van de Heilige Geest. Niet alleen in Jeruzalem maar nu overal.
Paulus gelooft dat in zijn tijd Jezus terugkomt want hij spreekt over wij en niet over christenen 2000 jaar verder. Nu kun je zeggen: ‘Hij zat er naast’. Dat kan, maar misschien kende hij de schrift zo goed dat hij wist dat Jezus binnen 40 jaar na Zijn opstanding terug zou keren.
Nu heb je de moeilijke tekst in vers 16. Daar buigen veel theologen hun hoofd over. Wat kon Paulus bedoeld hebben? Met een bazuin worden ze tot leven gewekt. Dit slaat ook terug op Rosh Hashanah. Joden geloven dat de Messias de mensen tot leven roept en alle volken die eerst gevangen zaten zonder de Thora nu met de Messias mogen wandelen, bij Zijn licht en de Tempel mogen binnengaan. Deze Tempel is niet geen gebouw van steen maar zijn de gelovigen uit alle volken en natiën. (Bedenk dat slapen en doodgaan hetzelfde woord is in het Hebreeuws.) Sta op Gij die slaapt, en sta op uit de doden. Paulus refereert dan aan het krijgen van een vernieuwde tijd en een plaats voor alle volken.
Het opnemen in de wolk, is dat zij die onder de wet en zij niet onder de wet vielen nu ook Zijn Tempel mochten binnengaan. Paulus bemoedigt de gelovigen die twijfelen over hen die in het lichaam gestorven zijn voordat Hij kwam.
oen Jezus kwam was dat een jubeljaar waar de ‘gevangenen’ (lees: die Jezus niet kenden en hen die door de wet gevangen waren) vrij mochten komen.Leviticus 25:9 en 23-38. Nu was er een vernieuwde Thora met een vernieuwd verbond voor iedereen.De Thora is geen wetboek maar een wijsheid boek. Je kunt er prachtige geestelijk lessen uithalen voor ons dagelijks leven. De doden die in Christus zijn is dan een verwijzing naar de mensen die niet van het joodse volk waren als eerste mochten binnengaan. (De laatste zullen de eerste zijn)
*Sommigen zeggen: Jezus daalt neer en neemt ons allemaal mee naar Zijn heiligdom. Dit noemt men: ‘de opname’. Deze leer is nog niet heel oud en is door Scofield bedacht.
Wat ik hierop tegen heb is dat met 21e -eeuwse ogen naar de tekst wordt gekeken. Dat wegnemen verwijst naar een bruiloft. De bruid wordt weggenomen in de nacht en naar de bruidegom gebracht. Daar vindt een trouwerij plaats. Het is een geestelijk wegenemen. Je verhuist van het ene huis naar het andere huis als je tot geloof komt.
Die bruid bestaat al, sinds het begin van de Bijbel. Eerst Israël en nu ook de volken, eerst Rachel en later Leah en iedere nieuwe gelovige wordt een deel van de nieuwe bruid, Ieder die erbij komt, wordt toegevoegd aan de bruid. Jezus is onze bruidegom. Bij de terugkomst van Jezus in het jaar 70 na Christus werd deze bruiloft voltooid. Er was een nieuwe Choepa. En iedereen die in Christus is of was mag in diezelfde tent zijn onder dezelfde Choepa en de bruiloft duurt al 2000 jaar.
Paulus wilde de mensen bemoedigen dat de we in Christus geborgen zijn. Dood of levend.