Ga naar de inhoud

Hoe passen we de wet toe? Deel 1.

We lezen Leviticus 24:10-23. Een ernstige tekst. Een man spreekt een vloek uit en lastert de naam van de Heer, in een gevecht met een Israëliet. Hij wordt voor Mozes gebracht. Mozes vraagt aan God; ‘wat moet ik doen met deze man’? (Het was de zoon van een Egyptische vader en Hebreeuwse moeder en dus volgens de Bijbel maakte hij niet deel uit van de twaalf stammen, want afstamming ging volgens de mannelijke lijn in die tijd.) Mozes zijn vraag is: geldt de wet ook voor de niet- Israëliet, de vreemdeling?

De Heer antwoordt daarop dat er eenzelfde wet is voor de inwoner als voor de vreemdeling. De Vader maakt geen onderscheid. Staat er doodstraf op het vervloeken van de Naam van de Heer? Nee.

De Heer zegt dat hij die Hem vervloekt, zijn eigen zonde moet dragen in vers 15 van dat hoofdstuk, maar wie de naam van de Heer lastert moet ter dood gebracht worden.

God zegt dat de straf: steniging is. Deze man wordt daarop buiten het kamp gestenigd.

Een paar vragen?

Waarom vechten ze? Er staat in het Hebreeuws: deze man ging uit. Waar ging hij van uit?

Waarom vloekt hij tegen God?

Waar ging de man vanuit?

Rashi, zegt dat deze man zijn tent wilde opzetten in het kamp van de stam Dan, want zijn moeder kwam uit de stam Dan, maar daar niet welkom was en eruit gestuurd werd. Helaas zegt de Bijbel niet veel over wat er gebeurd is. Toch in Rashi’s commentaar zit waarheid, maar daar kom ik later op terug.

Deze man ging uit. Uitgaan betekent ook: weggaan uit het geloof. Hij verloor zijn geloof vanuit gefrustreerdheid over zijn medegelovige, zo lijkt het. Er staat dat hij van een Egyptische vader was, wat kan betekenen dat ze hem niet als volwaardig aanzagen. Het kan zijn dat hij zich niet geaccepteerd voelde, niet serieus genomen en omdat hij niet in het kamp Dan zijn tent mocht opzetten. Wat ga je dan doen? Dan ga je om je heen slaan. Hij raakte slaags met iemand en lastert de Naam van de Heer.

Hij lijkt op iemand die teleurgesteld is in de mensen om hem heen, in het geloof.

Mensen die je pijn doen in de gemeente, die je niet gezien hebben, je buitengesloten hebben en dan hoeft het dus helemaal niet meer en God wordt ook weggedaan. Iedereen kent wel zo’n verhaal.

Hoeveel mensen overkomt dat niet? teleurgesteld in de kerk, medebroeder of zuster en men gooit het bijltje erbij neer. Is er dan iemand die hem er weer probeert bij te trekken of interesseert het ons niet en hebben we zoiets van …….jammer dan?

Deze man spreekt als eerste blasfemische taal.  

De Bijbel zegt dat hij dan zijn eigen zonde moet dragen. Hier komt het Jom Kippoer offer om de hoek kijken.

Bij het Jom Kippoer offer worden de handen van de priester op het hoofd van de bok gelegd en deze bok wordt de woestijn ingestuurd. De andere bok wordt geofferd. Dit ritueel heet het Azazal offer. Uiteindelijk sterft deze bok buiten Gods huis. Er lijkt overeenkomst tussen de handelingen bij de man waarbij de gemeenschap de handen op zijn hoofd moeten leggen en de bok die wordt weggestuurd. Het is een beeld van het dragen van de eigen zonden. Door het lasteren echter is de straf steniging geworden. Bij alleen het vloeken was hij weggestuurd maar door het lasteren wordt hij gestenigd.

Was deze steniging legitiem? Wel als je de wet toepast als regel, echter niet als je het vanuit genade bekijkt.

Rashi zegt dat het geen goede beslissing was van Mozes.

Dat blijkt verder uit de tekst. Daar staat dat ieder die een mens doodslaat ook gestenigd moet worden (17). Het lijkt er niet toe te doen in deze situatie maar toch wel. Mozes heeft in het verleden iemand doodgeslagen. Hij zou dus gestenigd moeten worden. Mozes had, met dit in zijn achterhoofd, voor hem moeten pleiten.

Hij doet het niet. Rashi legt uit dat de vader van deze man, de Egyptische man is die Mozes heeft doodgeslagen. (Deel2) Deze zoon herinnert hem steeds aan zijn eigen zonde en dat is onprettig. Jezus heeft het over een balk en een splinter. Is dit waar Hij aan refereert?

Het zou kunnen. Soms lijken de fouten van de ander groter dan eigen fouten. Zo ook hier.  Echter Mozes had ook gestenigd moeten worden volgens dezelfde wet maar dan knijpt hij een oogje toe als het over hemzelf gaat. Dit is zeker niet netjes.

Mozes past de wet zonder genade toe. Je kunt zeggen: maar hij kreeg de opdracht van God zelf. Klopt maar God zegt er iets achter aan wat eigenlijk helemaal niet van toepassing is op deze situatie, maar wel eenzelfde straf voor een andere daad.

Bij Mozes had een lichtje aan kunnen gaan en kunnen denken dit gaat ook over mij.

Hij wilde het niet. Rashi zegt dat hij tekortschoot in genade. Waarom schoot hij tekort?

Daar komen we in Deel 2 op terug.